“De soep was niet overal even vet…”Urenlang kan Henk Nab vertellen over zijn jeugd aan de Fonteinallee. Bovenal herinnert hij zich de fantastische omgeving en de bereidheid om elkaar te helpen. “Met kinderkleding bijvoorbeeld, met aardappelen, melk of een goed stuk vlees.“
“Het dorp was schitterend, uitzonderlijk mooi. Ik heb er een geweldige tijd gehad. Het was één bonk vrijheid. We woonden in het Stenen Huis, gebouwd in 1643. Van oorsprong was dat het koetshuis, waar vroeger de paardenverzorger van het kasteel inzat. De omgeving van het dorp was ruw, ongeschonden. Een oerwoud; met van die grote stompen en takken, allemaal heel grillig. Net of er ´s avonds kerels in het bos stonden. Armoe troef
"De soep was niet overal even vet. Job van Deelen was verschrikkelijk arm. Of neem Evert van de Born. Die hadden elf, twaalf kinderen in dat kleine huisje. En dan had íe maar 5 koetjes en een klein stukje grond. Dus je weet wel hoeveel centen dat ze in de zak hadden; geen fluit. Dan werd daar vlees naartoe gebracht en van bakker Buddingh brood en oud brood. Het werd allemaal gedeeld. Zo hartstikke fijn. Schaap
"Als we naar de Betuwe moesten dan roeide pa de Rijn over. Ik stond dan om 5 uur ´s morgens op. We plukten er kersen en kochten er één keer in de maand een schaap. Dat was voor de joden die we in huis hadden, want die mensen eten natuurlijk geen varkensvlees. We brachten het schaap over de Rijn, daarna werd het geslacht. Het kasteel
"Het kasteel was onze speelplaats. Vroeger was het heel anders ingericht dan nu, het legermuseum zat er in. De Slag bij Waterloo was er uitgebeeld, er was een kapelletje van Jacoba van Beieren. De Joanitterorde zat er. Voor de oorlog kwam Prins Bernhard er soms. Dan gingen wij kijken. Mooiste herinnering"Mijn mooiste herinnering is dat mevrouw Driessen -van de chocoladefabrikant- met Kerstmis altijd linnengoed kwam brengen bij de heel arme gezinnen. En wij kinderen kregen dan ook wat. Thuis hadden we dan een dennenboom binnenstaan, met kaarsjes, en mijn vader met een emmer water ernaast. En dan hingen er Renkumse seringen aan. En die kransjes van chocolade met van die witte pikkeltjes erop. Dat was gewoon feest. Het was arm. Toch waren die mensen zo geweldig tevreden. Er was geen afgunst, je hoefde niet tegen elkaar op te boksen. Je hielp elkaar allemaal.” |


