|
De Slag om Arnhem. Voor ooggetuigen zoals Jan Schouten is het een aangrijpende herinnering. Tot in detail staan de luchtlandingen hem nog op het netvlies. Geëmotioneerd vertelt hij over de Engelse soldaten die hun noodlot tegemoet gingen en over de bevrijding die geen bevrijding bleek te zijn.
“Ik ben in 1933 geboren, dus in ‘44 was ik elf jaar oud. Dat luchtlandingsgebeuren heb ik helemaal meegemaakt. ’s Morgens werd er veel geschoten en werden er bommen gegooid. ’s Middags zagen we al die vliegtuigen aankomen; een bijzonder en ook een bizar gezicht. Dan weet je niet wat je overkomt. Het was een enorm gebrom en geronk. Het waren er massa’s; honderden, honderden vliegtuigen vol parachutisten.Achter die grote transportvliegtuigen hingen de gliders; de zweefvliegtuigen. Ook daar zaten soldaten in, maar ook materieel zoals jeeps, rupsvoertuigen en kleine kanonnen. Ze koppelden die zweefvliegtuigen ongeveer op deze hoogte af. Wij hebben een boerderij met 3 gevels, verderop stond nog zo’n boerderij, en vlak bij Heelsum stond er ook één. Het zou goed kunnen dat ze opdracht hadden in die driehoek de kabels los te maken. Er zijn hier enorm veel van die kabels neergekomen. Daarna zweefden al die zweefvliegtuigen naar de hei. In de verte zag je ook al die parachutisten uit die vliegtuigen komen. Je kunt vanaf hier een heel eind kijken en de begroeiing was nog lang niet zo hoog als nu.
Goudsbloemen 's Middags rond twee uur kwamen de eerste militairen hier op de kruising. Wij hadden hier een perkje staan met goudsbloemen. Dat zijn van die oranje bloemen. Dus wij allemaal een bloem in het revers van de jas, of in de blouse. Daar gingen wij mee naar de kruising toe. Toen hebben we daar een poosje staan kijken en zo kwamen de Engelsen langs, met gevangen genomen Duitse militairen. Opeens kwam er een militair op ons toelopen en die man trok die bloemen er allemaal uit. Hij zei: we hebben het nog niet gewonnen. Hij zei het gewoon op z’n Hollands want dat was een Hollandse soldaat die meeliep. Nou dat vergeet je nooit. Je kon eigenlijk al zien dat die militairen twijfelden aan een goede afloop, dat ze dachten van: dit gaat niet. Maar goed, het is doorgegaan en u weet wat het resultaat geweest is. In een week was het hier gebeurd, ze zijn helemaal in de pan gehakt. Op maandagsavond waren wij nog Engels. Toen kwamen de Duitsers vanuit het westen, vanuit Renkum. Ze kropen naast elkaar over het weiland, dan hadden ze de minste kans dat ze geraakt zouden worden. Je dacht van: wat zou daar nu aankomen? Dus dinsdagmiddag waren wij weer Duits. Op zaterdag is er gruwelijk hard geschoten bij het kasteel. De SS had zich daar genesteld. De Polen lagen aan de andere kant van de Rijn bij Driel en Heteren. Ze wisten dat de Duitsers in het kasteel zaten. Dus die zaten vanaf daar te schieten. In onze schuur zaten toen heel veel mensen die voor de gevechten waren gevlucht, onderduikers, kennissen van mijn ouders en ook mensen van de Fonteinallee. Want de Fonteinallee lag zwaar onder vuur." |


